Dolenthousiast leg ik de telefoon neer. Ik heb een interview gehad met Arko Van Brakel. Wat een inspirerende man!

Ik sprak Arko omdat Martijn Aslander en ik een groot onderwerp aan het onderzoeken zijn. We willen beter begrijpen wat kenniswerk nu echt is en hoe je dit type werk het beste kunt inrichten. In Nederland leven we in een kenniseconomie, maar gaan we hier wel goed mee om? Denk even mee: als een derde van werkenden beter presteert om acht uur ‘s avonds dan om acht uur ‘s ochtends, waarom is negen tot vijf dan nog steeds zo gangbaar? Bovendien worden we tijdens ons werk continu onderbroken door mailtjes, vragen en andere vormen van afleiding. Het kost veel energie om ons te concentreren in zo’n setting. Is dit efficiënt? En we worden per uur betaald, maar betekent langer werken ook meer output? Het lijkt er op dat dat we weinig stilstaan bij deze vragen, maar in een kenniseconomie zijn dit volgens ons belangrijke thema’s.

Arko voelde zich getrokken tot ons onderzoek en na het horen van zijn verhaal begrijp ik waarom. Ik deel graag zijn visie met jullie.

Kenniswerk is volgens hem de verschuiving van fysieke arbeid naar denkwerk. Veel handwerk werd geautomatiseerd waardoor we meer met ons hoofd aan het werk konden gaan. Alhoewel kenniswerk nu wijdverbreid is, denkt Arko dat het niet lang zal duren voordat ook dit type werk geautomatiseerd zal worden. Voor hem is het dus niet zozeer de vraag hoe we kenniswerk moeten inrichten, maar hoe we omgaan met het feit dat kenniswerk door robots zal worden overgenomen.

Op de vraag of we dan nog wel moeten werken antwoordt hij dat het niet noodzakelijk is en dat een mens niet geboren is om alleen maar te werken. Met de huidige arbeidsproductiviteit zouden we volgens J.M. Keynes voorspelling uit 1930 vandaag de dag maar 15 uur hoeven te werken om in ons levensonderhoud te voorzien. Echter, het idee van ‘minder werken’ staat haaks op hoe we de samenleving nu hebben ingericht. Er is een cultuur van willen werken en uren maken, maar dit is niet per se effectief in de huidige kenniseconomie. Het aantal uur dat je werkt, is immers niet langer evenredig aan je output. Bovendien gaat het in de kenniseconomie om impact. Ook hebben we minder inkomsten nodig aangezien we steeds laagdrempeliger toegang hebben tot producten en diensten — denk aan Spotify, Netflix, huizenruil.com, peerby, etc. — en dankzij zonnecellen wordt energie in de nabije toekomst wellicht zelfs gratis. Ons beeld van hoe een werkend leven eruit ziet moet volledig op de schop.

Arko schakelt al snel naar het onderwerp Artificial Intelligence. Er wordt voorspeld dat binnen 30 jaar AI de menselijke intelligentie zal overtreffen. Arko denkt dat dit omslagpunt ook echt gaat komen. Hij haalt Peter Robertson aan die zegt dat creativiteit, integriteit en liefde – eigenschappen die ons als mens zo uniek maken – in principe kopieerbaar zijn door techniek. Ons brein is dan wel complex, maar de meeste processen werken eenvoudiger dan we denken. Onze unieke menselijke kwaliteiten bestaan uit miljarden feedback- en feedforwardloops die je zou kunnen automatiseren. Ons lichaam en ons denken zijn slechts hardware en software, zoals Elon Musk zegt. Het is de uitdaging om snel genoeg mee te bewegen om onszelf niet buiten spel te zetten. AI hoeft dus geen bedreiging te zijn zolang we ons maar op tijd aanpassen.

Als we ons kenniswerk in de toekomstige AI-samenleving willen vormgeven hebben we een paradigmashift nodig. Onze hele samenleving is namelijk ingericht volgens het industrieel tijdperk. Als je kijkt naar het onderwijs zie je groepen kinderen met als enige gemeenschappelijke factor hun bouwjaar. Onderwijs moet flexibeler ingericht worden. Kinderen moeten op hun eigen tempo en op hun eigen manier leren en werken. We moeten de individualisering verder doorvoeren. Wat hij hiermee bedoelt, is écht kijken naar ieders individuele kenmerken in plaats van mensen tot een eenheidsworst te malen. Laag- en hoogopgeleiden bestaan dan niet meer als categorieën. Het gaat over goed opgeleid zijn. Individualisering in het collectieve netwerk. Je ziet nu aan de ene kant de millennials die al zo denken en aan de andere kant traditionele grote bedrijven die veelal nog ouderwets en stug zijn. Bij een AI-samenleving horen nieuw leiderschap en nieuwe organisatiestructuren.

We zien dat veel bedrijven hebben geïnvesteerd in informatietechnologie, maar dat ze nog steeds op de oude manier werken. Omdat technologie nog niet optimaal gebruikt wordt, verdienen de investering zich relatief langzaam terug. Volgens Arko is er een mismatch tussen de traditionele bedrijven, waar men werk per uur beloont en waar macht en hiërarchie normaal is, en de toekomstige transparante digitale samenleving. Vertrouwen op de verantwoordelijkheid van anderen, talenten maximaal inzetten en flexibel werken wordt de nieuwe manier van werken.

Arko probeert met zijn bedrijf, Semco Style Institute, de kloof tussen de oude en de nieuwe wereld te overbruggen. Hij merkt in het werken met bedrijven dat leiders transparantie en authenticiteit vaak moeilijk vinden. Bedrijven stellen volgens het Semco-model alle informatie beschikbaar en daarbij horen ook ieders doelen en beweegredenen. Dit model betekent het einde van de verborgen agenda. Transparantie vereist dat ieder zich kwetsbaar opstelt, ongeacht positie in het bedrijf. Dit is voor velen een grote uitdaging. Ook doordat je je hart in je werk brengt. Je gaat meer denken hoe je betekenis kunt hebben in de wereld en dat vraagt meer persoonlijke betrokkenheid.

‘Blijf fris! Pas je niet aan aan de oude garde hun moraal en organisatiestructuren.’ zegt Arko wanneer ik hem vraag wat hij jonge starters wilt meegeven. We hebben deze frisheid nodig anders krijgen we een herhaling van wat we al hadden.

Wat hij ook wilt meegeven is dat we als mens bij onze idealen moeten blijven. We gaan naar een WEconomie. Een betekeniseconomie waar ieder zijn toegevoegde waarde laat zien. Je brengt als het ware je hart in je werk. Bedrijven waar geld de belangrijkste drijfveer is, zullen keihard afgestraft worden. Door transparantie zal dit snel aan het licht komen. De vraag is dus: waar wil je nu werkelijk het verschil maken? Hoe wil jij integraal bijdragen aan de WEconomie? Wil je succesvol zijn dan moet je deze vraag kunnen beantwoorden.